Infosheet26 mrt 2026

Oproepovereenkomsten in AFAS: dit is het verschil tussen met en zonder verplichting

Binnen AFAS is het bij oproepkrachten noodzakelijk om een keuze te maken tussen twee varianten: ‘Oproep-/invalkracht met verplichting’ en ‘Oproep-/invalkracht zonder verplichting’. Deze keuze is niet alleen administratief van aard, maar heeft directe gevolgen voor de inzet van medewerkers en de loondoorbetaling bij ziekte.

Daarnaast bestaat er nog een derde variant: het min-max contract. Hoewel dit ook onder oproepovereenkomsten valt, werkt deze anders binnen AFAS. Hierbij hoeft geen keuze gemaakt te worden tussen ‘met’ of ‘zonder verplichting’; in plaats daarvan wordt het veld ‘Min/max-contract toepassen’ aangevinkt.

In dit artikel zetten we de verschillen helder uiteen.

Wat betekent ‘met’ of ‘zonder verplichting’?

Binnen oproepovereenkomsten bepaalt een instelling in het contract of een medewerker verplicht is om gehoor te geven aan een oproep.

  • Met verplichting: de medewerker moet komen werken wanneer hij of zij wordt opgeroepen. Dit heeft ook gevolgen voor de loondoorbetaling bij ziekte.
  • Zonder verplichting: de medewerker mag zelf bepalen of hij of zij ingaat op een oproep. Ook hier gelden andere regels bij ziekte.

De juiste keuze hangt dus direct samen met het type oproepovereenkomst dat wordt gebruikt.

De drie soorten oproepovereenkomsten

1. 0-urencontract (met verplichting)

Een 0-urencontract kent geen vaste uren. De medewerker werkt wanneer er werk is.

  • Flexibiliteit: hoog voor de werkgever, laag voor de werknemer
  • Loon: minimaal 3 uur per oproep, ook als het werk vervalt
  • Rechten: na 12 maanden recht op een aanbod voor vaste uren (gemiddelde van het afgelopen jaar)
  • Ziekte: minimaal 70% loon over ingeroosterde uren; bij langdurige ziekte op basis van het gemiddeld aantal uren over de afgelopen 3 maanden

2. Oproepovereenkomst met voorovereenkomst (zonder verplichting)

Bij deze variant roept de werkgever op, maar beslist de medewerker zelf of hij of zij komt werken.

  • Flexibiliteit: hoog voor de werknemer
  • Garantie: minimaal 3 uur loon per oproep, ook als het werk vervalt
  • Rechten: na 12 maanden recht op een aanbod vaste uren (gemiddelde van het afgelopen jaar)
  • Ziekte: minimaal 70% loon over ingeroosterde uren, geen loondoorbetaling bij langdurige ziekte
    • Buiten een oproepperiode moet de medewerker zich zelf ziekmelden bij het UWV
    • Bij uitdiensttreding meldt de werkgever ziekte bij het UWV

Ketenbepaling:
Elke oproep geldt als een nieuwe schakel in de keten. Na 3 oproepen/contracten ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd.

Een oproep kan ook een langere periode betreffen, zoals een week, maand of project.
Wanneer er nog geen contract is, maar de medewerker wel wordt opgeroepen, telt elke gewerkte dag afzonderlijk als schakel in de keten.

3. Min-max contract

Het min-max contract biedt een combinatie van zekerheid en flexibiliteit.

  • Kenmerk: een minimum- en maximumaantal uren (bijvoorbeeld 20–32 uur per week)
  • Voordeel: meer zekerheid dan een oproepcontract
  • Loon: altijd recht op betaling van het minimumaantal uren
  • Ziekte: minimaal 70% loon over het minimumaantal uren, met loondoorbetaling tot maximaal 104 weken

Binnen AFAS wordt bij deze contractvorm géén keuze gemaakt tussen ‘met’ of ‘zonder verplichting’. In plaats daarvan wordt het veld ‘Min/max-contract toepassen’ aangevinkt.

Aankomende wetswijziging per 1 januari 2027

Er ligt een wetsvoorstel dat de inzet van flexwerkers verder reguleert.

Wat verandert er?

  • Nulurencontracten worden afgeschaft
  • Alleen voorovereenkomsten en min-max contracten blijven bestaan
  • Het min-max contract wordt vervangen door het bandbreedtecontract

Wat is het verschil?

  • Huidig min-max contract: geen beperking op het maximum aantal uren
  • Bandbreedtecontract: het maximum mag maximaal 30% hoger liggen dan het minimum

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Het is essentieel om inzicht te hebben in de typen oproepovereenkomsten binnen de organisatie en om te controleren of in AFAS de juiste instellingen zijn toegepast.

Met name het onderscheid tussen ‘met’ en ‘zonder verplichting’ is van invloed op:

  • de inzetbaarheid van medewerkers
  • de verwerking van ziekte
  • de verplichting tot loondoorbetaling

Een correcte inrichting voorkomt fouten in de administratie en beperkt risico’s rondom wet- en regelgeving.

Stan Kok

HR-medewerker

Bekijk profielBekijk profiel

Benieuwd hoe Stippt jouw organisatie kan helpen?

Neem hier onder vrijblijvend contact met ons op.

Lees hier onze nieuwste artikelen

Infosheet31 mrt 2026

Jaarverantwoording: wanneer moet uw administratie wat opleveren?

De jaarverantwoording moet jaarlijks vóór 31 mei of 1 juni volledig en definitief worden ingediend, inclusief financiële gegevens, vragenlijsten en eventuele aanvullende documenten. Dit vraagt om een tijdige en zorgvuldige voorbereiding binnen de financiële administratie, waarbij alle onderdelen al in het voorjaar gereed moeten zijn.
Lees meer
Infosheet24 mrt 2026

Heeft u uw zzp-inzet echt in beeld? Controleer deze 8 punten

Veel organisaties hebben geen volledig overzicht van hun zzp-inzet doordat afspraken en praktijk uit elkaar groeien. Met 8 controlepunten brengt u structuur en inzicht aan in contracten en werkwijze.
Lees meer
Infosheet19 mrt 2026

Zzp en schijnzelfstandigheid: als contract en praktijk uit elkaar lopen

Schijnzelfstandigheid ontstaat meestal niet door de overeenkomst, maar door hoe de samenwerking zich in de praktijk ontwikkelt. Door periodiek te controleren of uitvoering en contract nog overeenkomen, blijven risico’s beheersbaar en de samenwerking passend.
Lees meer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Zo ben jij elke maand op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zorg! Schrijf je in