Een liquiditeitsprognose opstellen is voor de financiële afdeling het instrument om te zien of de organisatie de komende maanden haar verplichtingen kan nakomen. In de tweede helft van het jaar, met de opstapeling van btw-aangiften, vennootschapsbelasting, vakantiegeld en jaarafsluiting, maakt een goede prognose het verschil tussen sturen en achteraf repareren. In dit artikel bespreken we waarom een prognose onmisbaar is, welke methoden er zijn en hoe je de prognose koppelt aan het grootboek en de rapportage.
Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract
Waarom een liquiditeitsprognose opstellen onmisbaar is
De winst-en-verliesrekening laat zien of de organisatie rendabel draait, maar zegt weinig over of er op enig moment daadwerkelijk geld op de rekening staat. Een organisatie kan winstgevend zijn en tegelijk in liquiditeitsproblemen komen door langlopende debiteuren, grote btw-afdrachten of een investering die moet worden voorgefinancierd voordat er inkomsten tegenover staan. Voor zorgorganisaties speelt daarnaast dat de inkomsten grotendeels afhankelijk zijn van declaratieverkeer via verzekeraars, gemeenten of het CAK. De timing van goedkeuringen en uitbetalingen maakt de kasstroom minder voorspelbaar, en juist daar is een prognose die zowel de inkomende als de uitgaande stromen doorloopt, waardevol.
Directe versus indirecte methode
Voor het opstellen van een prognose zijn er twee gangbare methoden. De directe methode gaat uit van de verwachte in- en uitgaande kasstromen: declaraties, salarisbetalingen, huur, leveranciers en belastingafdrachten. Deze methode geeft een gedetailleerd beeld op korte termijn (vier tot dertien weken) en is geschikt voor wekelijkse sturing.
De indirecte methode vertrekt vanuit de winst-en-verliesprognose, met correcties voor niet-kasstromen, mutaties in het werkkapitaal en investeringen. Deze methode past bij prognoses over langere periodes en sluit aan op de managementrapportage. In de praktijk worden beide methoden vaak naast elkaar gebruikt.
Seizoenspatronen en piekmomenten in het tweede halfjaar
Een goede prognose houdt rekening met terugkerende piekmomenten: de btw-aangifte over het tweede en derde kwartaal, restanten vakantiegeld, termijnen vennootschapsbelasting, eindejaarsuitkeringen in november of december, en de accountantskosten rond de jaarafsluiting.
Een voorbeeld: een zorgorganisatie constateert in augustus dat de kaspositie voldoende is. In de prognose is echter niet meegenomen dat in oktober de btw over Q3, de kwartaalafdracht PFZW en de eindejaarsuitkering samenvallen met een geplande ICT-investering. Zonder tijdige signalering ontstaat in oktober een tekort. Wie deze samenloop in juni al in beeld had, had de investering kunnen faseren of tijdig een tijdelijke faciliteit aan kunnen vragen.
Liquiditeitsrisico’s tijdig signaleren en bijsturen
Een prognose is een instrument om tijdig te kunnen bijsturen. Signaleringspunten die de moeite waard zijn: een minimale kaspositie waaronder de organisatie niet wil zakken, de doorlooptijd van openstaande debiteuren, de ontwikkeling van crediteuren en betaaltermijnen, en de afhankelijkheid van enkele grote inkomstenbronnen. Bij krapte zijn de gebruikelijke maatregelen: versnellen van debiteurenbeheer, temporiseren van uitgaven, betalingsafspraken met leveranciers of het activeren van een rekening-courantfaciliteit. Hoe eerder een tekort in beeld komt, hoe meer opties nog beschikbaar zijn.
Koppeling met het grootboek en de rapportage
De prognose wordt sterker naarmate ze structureel verbonden is met het grootboek. De openstaande postenlijst wordt periodiek geactualiseerd, mutaties in de bankstand vormen de basis voor de terugblik, en de begroting de basis voor de vooruitblik. Voor de rapportage aan directie of Raad van Bestuur werkt een vast format het beste: een grafiek van de verwachte kaspositie, een lijst met piekmomenten, en een korte toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de vorige prognose.
Conclusie
Een liquiditeitsprognose opstellen is voor de financiële afdeling een basisinstrument. Wie zowel de directe als de indirecte methode inzet, seizoenspatronen structureel meeneemt en de prognose koppelt aan het grootboek, houdt de kasstroom onder controle. De grootste winst zit in het moment van signaleren: een dreigend tekort dat drie maanden vooraf zichtbaar wordt, biedt aanzienlijk meer sturingsruimte dan een tekort dat pas in de laatste week aan het licht komt.