Het persoonsgebonden budget (pgb) is één van de leveringsvormen binnen de Wet langdurige zorg (Wlz), naast zorg in natura, het volledig pakket thuis en het modulair pakket thuis. Voor zorgorganisaties en zorgverleners die met pgb-cliënten werken, is de administratie strak geregeld en per 1 januari 2026 op enkele belangrijke punten gewijzigd. In dit artikel zetten we de kern van de pgb-administratie op een rij en bespreken we de wijzigingen die per 2026 doorwerken in de praktijk.
Pgb in de Wlz 2026: actuele verplichtingen en wijzigingen op een rij
Hoe werkt het pgb in de Wlz?
Een cliënt met een Wlz-indicatie van het CIZ kan ervoor kiezen om zijn zorg via een pgb in te kopen. Het budget wordt vastgesteld door het zorgkantoor van de regio waarin de cliënt woont. De cliënt sluit zorgovereenkomsten af met zijn zorgverleners, op basis van het SVB-modelcontract.
De uitbetaling loopt niet rechtstreeks naar de cliënt, maar via het trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Op basis van goedgekeurde zorgovereenkomsten en ingediende declaraties betaalt de SVB direct aan de zorgverleners. Deze constructie voorkomt onbedoeld verkeerd gebruik van pgb-gelden en biedt zorgkantoren zicht op de uitgaven.
De belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2026
Rond het pgb-Wlz zijn per 1 januari 2026 een aantal concrete wijzigingen doorgevoerd waar zorgverleners en cliënten mee te maken krijgen.
Ten eerste is de Regeling dienstverlening aan huis afgeschaft. Tot en met 2025 kon een pgb-zorgverlener met een arbeidsovereenkomst van maximaal drie dagen per week worden uitbetaald zonder inhoudingen voor werknemersverzekeringen. Vanaf 1 januari 2026 gelden hiervoor werkgeverslasten (in de praktijk circa 20% bovenop het brutoloon), en krijgen deze zorgverleners recht op WW, Ziektewet, WIA en WAZO. Voor budgethouders geldt een tijdelijke compensatie van maximaal twee jaar (2026 en 2027) om deze extra kosten op te vangen.
Ten tweede is de gewaarborgde hulp afgeschaft. Cliënten die zelf onvoldoende pgb-vaardig zijn, wijzen nu een pgb-beheerder aan. In veel gevallen kan degene die eerder als gewaarborgde hulp fungeerde, deze rol blijven vervullen; het zorgkantoor informeert de betreffende budgethouders hierover.
Ten derde zijn budgetten en maximumtarieven geïndexeerd met 5,17%. Ook de vergoedingenlijst pgb-Wlz 2026 kent inhoudelijke aanpassingen, waaronder de omzetting van slaap- en waakdiensten naar aanwezigheidsdiensten en de introductie van bereikbaarheidsdiensten.
Wat dit betekent voor de administratie
Voor zorgverleners en organisaties die pgb-zorg leveren, is 2026 een jaar waarin de administratieve basis nog belangrijker wordt dan hij al was. De belangrijkste aandachtspunten:
- controleer of lopende zorgovereenkomsten aangepast moeten worden in verband met de afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis, in samenspraak met de budgethouder en de SVB
- houd rekening met de gewijzigde bruto-nettoberekening voor zorgverleners die vanaf 2026 onder werkgeverslasten vallen
- werk met de actuele vergoedingenlijst en tarieventabel van het zorgkantoor bij het opstellen en actualiseren van zorgovereenkomsten
- borg dat de aanwijzing van een pgb-beheerder tijdig administratief is vastgelegd waar voorheen sprake was van gewaarborgde hulp
Conclusie
Het pgb in de Wlz biedt cliënten regie, maar vraagt van alle betrokkenen strakke administratie, en juist in 2026 zijn er wijzigingen die direct doorwerken in de dagelijkse praktijk. De afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis is daarvan de meest ingrijpende, omdat zij bij een groot deel van de pgb-zorgverleners leidt tot werkgeverslasten en een andere loonberekening. Wie zijn administratie hierop tijdig aanpast, voorkomt dat cliënt of zorgverlener later voor verrassingen komt te staan.