Infosheet29 jul 2026

Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract

Een liquiditeitsprognose opstellen is voor de financiële afdeling het instrument om te zien of de organisatie de komende maanden haar verplichtingen kan nakomen. In de tweede helft van het jaar, met de opstapeling van btw-aangiften, vennootschapsbelasting, vakantiegeld en jaarafsluiting, maakt een goede prognose het verschil tussen sturen en achteraf repareren. In dit artikel bespreken we waarom een prognose onmisbaar is, welke methoden er zijn en hoe je de prognose koppelt aan het grootboek en de rapportage.

Waarom een liquiditeitsprognose opstellen onmisbaar is

De winst-en-verliesrekening laat zien of de organisatie rendabel draait, maar zegt weinig over of er op enig moment daadwerkelijk geld op de rekening staat. Een organisatie kan winstgevend zijn en tegelijk in liquiditeitsproblemen komen door langlopende debiteuren, grote btw-afdrachten of een investering die moet worden voorgefinancierd voordat er inkomsten tegenover staan. Voor zorgorganisaties speelt daarnaast dat de inkomsten grotendeels afhankelijk zijn van declaratieverkeer via verzekeraars, gemeenten of het CAK. De timing van goedkeuringen en uitbetalingen maakt de kasstroom minder voorspelbaar, en juist daar is een prognose die zowel de inkomende als de uitgaande stromen doorloopt, waardevol.

Directe versus indirecte methode

Voor het opstellen van een prognose zijn er twee gangbare methoden. De directe methode gaat uit van de verwachte in- en uitgaande kasstromen: declaraties, salarisbetalingen, huur, leveranciers en belastingafdrachten. Deze methode geeft een gedetailleerd beeld op korte termijn (vier tot dertien weken) en is geschikt voor wekelijkse sturing.

De indirecte methode vertrekt vanuit de winst-en-verliesprognose, met correcties voor niet-kasstromen, mutaties in het werkkapitaal en investeringen. Deze methode past bij prognoses over langere periodes en sluit aan op de managementrapportage. In de praktijk worden beide methoden vaak naast elkaar gebruikt.

Seizoenspatronen en piekmomenten in het tweede halfjaar

Een goede prognose houdt rekening met terugkerende piekmomenten: de btw-aangifte over het tweede en derde kwartaal, restanten vakantiegeld, termijnen vennootschapsbelasting, eindejaarsuitkeringen in november of december, en de accountantskosten rond de jaarafsluiting.

Een voorbeeld: een zorgorganisatie constateert in augustus dat de kaspositie voldoende is. In de prognose is echter niet meegenomen dat in oktober de btw over Q3, de kwartaalafdracht PFZW en de eindejaarsuitkering samenvallen met een geplande ICT-investering. Zonder tijdige signalering ontstaat in oktober een tekort. Wie deze samenloop in juni al in beeld had, had de investering kunnen faseren of tijdig een tijdelijke faciliteit aan kunnen vragen.

Liquiditeitsrisico’s tijdig signaleren en bijsturen

Een prognose is een instrument om tijdig te kunnen bijsturen. Signaleringspunten die de moeite waard zijn: een minimale kaspositie waaronder de organisatie niet wil zakken, de doorlooptijd van openstaande debiteuren, de ontwikkeling van crediteuren en betaaltermijnen, en de afhankelijkheid van enkele grote inkomstenbronnen. Bij krapte zijn de gebruikelijke maatregelen: versnellen van debiteurenbeheer, temporiseren van uitgaven, betalingsafspraken met leveranciers of het activeren van een rekening-courantfaciliteit. Hoe eerder een tekort in beeld komt, hoe meer opties nog beschikbaar zijn.

Koppeling met het grootboek en de rapportage

De prognose wordt sterker naarmate ze structureel verbonden is met het grootboek. De openstaande postenlijst wordt periodiek geactualiseerd, mutaties in de bankstand vormen de basis voor de terugblik, en de begroting de basis voor de vooruitblik. Voor de rapportage aan directie of Raad van Bestuur werkt een vast format het beste: een grafiek van de verwachte kaspositie, een lijst met piekmomenten, en een korte toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de vorige prognose.

Conclusie

Een liquiditeitsprognose opstellen is voor de financiële afdeling een basisinstrument. Wie zowel de directe als de indirecte methode inzet, seizoenspatronen structureel meeneemt en de prognose koppelt aan het grootboek, houdt de kasstroom onder controle. De grootste winst zit in het moment van signaleren: een dreigend tekort dat drie maanden vooraf zichtbaar wordt, biedt aanzienlijk meer sturingsruimte dan een tekort dat pas in de laatste week aan het licht komt.

Doorlopende ondersteuning vanuit Stippt

Bij Stippt verzorgen we de financiële administratie van zorgorganisaties, inclusief de basis waarop een betrouwbare prognose kan draaien: een actuele grootboekadministratie, een schone debiteuren- en crediteurenpositie, en tijdige verwerking van declaraties en betalingen. Waar gewenst leveren we de prognose zelf ook aan, in een format dat aansluit op de rapportage aan directie of Raad van Bestuur.

Robin van Ewijk

Senior Financial Controller

Bekijk profielBekijk profiel

Benieuwd hoe Stippt jouw organisatie kan helpen?

Neem hier onder vrijblijvend contact met ons op.

Lees hier onze nieuwste artikelen

Infosheet05 aug 2026

Pgb in de Wlz 2026: actuele verplichtingen en wijzigingen op een rij

Het pgb in de Wlz kent per 1 januari 2026 belangrijke wijzigingen: de Regeling dienstverlening aan huis is afgeschaft, de gewaarborgde hulp maakt plaats voor de pgb-beheerder en budgetten en tarieven zijn geïndexeerd met 5,17%. Voor zorgverleners en organisaties betekent dit dat zorgovereenkomsten en loonberekeningen opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden.
Lees meer
Infosheet31 jul 2026

HR-check 2026: de drie punten voor de tweede helft van het jaar

De meeste HR-onderwerpen volgen hun eigen kalender, maar drie punten zitten wel degelijk vast aan de tweede jaarhelft: verlofsaldi, de voorbereiding op de jaarafsluiting en de vooruitblik op 2027. Wie die drie in de zomerperiode belegt, verdeelt de drukte en gaat een rustiger vierde kwartaal tegemoet.
Lees meer
Infosheet23 jul 2026

Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract

Bij contractvormen flexwerk zijn er in 2026 het nulurencontract en het min-maxcontract; per 1 januari 2028 vervangt het bandbreedtecontract het min-maxcontract, met een maximum van 30% verschil tussen minimum- en maximumuren. Wie zijn lopende contracten nu al toetst aan zowel de feitelijke inzet als aan de aankomende 30%-eis, voorkomt dat de omzetting straks onder tijdsdruk moet gebeuren.
Lees meer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Zo ben jij elke maand op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zorg! Schrijf je in