Op 12 mei 2026 heeft de Tweede Kamer de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Deze wet heeft belangrijke gevolgen voor werkgevers die werken met tijdelijke contracten, oproepkrachten en/of uitzendkrachten.
Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen: wat betekent dit voor werkgevers?
De wet wordt naar verwachting per 1 januari 2028 van kracht, nadat ook de Eerste Kamer heeft ingestemd. De Eerste Kamer streeft naar behandeling vóór de zomervakantie van 2026 (vrijdag 9 juli tot en met 6 september).
Wat verandert er?
1. Strengere ketenregeling voor tijdelijke contracten
Na drie tijdelijke contracten start de ketenregeling pas opnieuw na 36 maanden (drie jaar). Hiermee wil de wet zogeheten draaideurconstructies tegengaan.
2. Nulurencontracten verdwijnen
Nuluren- en min-maxcontracten worden afgeschaft en vervangen door bandbreedtecontracten. In een bandbreedtecontract worden een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, waarbij het maximum niet meer dan 130% van het minimum mag bedragen.
Wordt er structureel meer gewerkt, dan ben je als werkgever verplicht een contract met het gemiddeld aantal gewerkte uren aan te bieden.
Wat mag niet?
- 12 en 18 uur (18 is 150% van 12 → te groot verschil)
- 4 en 36 uur (36 is 900% van 4 → veel te groot verschil)
Wat mag wel?
- 20 en 26 uur (26 is 130% van 20 → precies binnen de grens)
- 10 en 13 uur (13 is 130% van 10 → precies binnen de grens)
3. Meer rechten voor uitzendkrachten
Uitzendkrachten krijgen recht op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij je in dienst zijn.
4. Uitzonderingen
Voor scholieren, studenten (tot 16 uur per week) en AOW-gerechtigden blijven soepelere regels gelden. Ook voor seizoenswerk zijn uitzonderingen mogelijk.
Wat kun je nu al doen?
Hoewel de inwerkingtreding nog even duurt, is het verstandig om je huidige flexibele contracten al te inventariseren en te beoordelen welke aanpassingen nodig zijn.