Infosheet21 jul 2026

Zorgadministratie in 2026: waar retourinformatie de meeste correcties oplevert

Elke zorgorganisatie heeft er in de eerste helft van 2026 mee te maken gehad: retourinformatie uit VECOZO waarin dezelfde afwijzingsredenen telkens terugkeren. Wat opvalt is niet zozeer welke fouten voorkomen, maar hoezeer ze zich concentreren in een klein aantal terugkerende oorzaken. In dit artikel kijken we naar waar die concentratie vandaan komt, en waarom halverwege het jaar hét moment is om er iets aan te doen.

Waar de meeste correcties in de zorgadministratie vandaan komen

De eerste helft van 2026 laat in de praktijk een consistent beeld zien. Verreweg de meeste afgekeurde regels gaan terug op één van drie oorzaken: iets in het verzekeringsrecht klopt niet op de behandeldatum, de contractafspraak met de verzekeraar wijkt af van wat gedeclareerd is, of een indicatie, verwijzing of machtiging is verlopen of ontbreekt.

Wat deze drie oorzaken gemeen hebben, is dat ze niet ontstaan in het declaratieproces zelf. Ze ontstaan een stap eerder, in het bronsysteem, in de contractadministratie of in het indicatieproces. De declaratie is alleen het moment waarop het zichtbaar wordt. En daar zit ook de reden waarom losse correcties zelden helpen: je herstelt het symptoom, niet de oorzaak.

 

Waarom retourinformatie meer vertelt dan alleen fouten

Retourinformatie wordt in veel administraties gebruikt om per regel te herstellen wat is afgekeurd. Wat dan blijft liggen, is de rijkere laag: welke afwijzingscode komt in welke maand het vaakst voor, bij welke verzekeraar, en welk aandeel van de omzet raakt eraan?

Die vragen zijn niet ingewikkeld om te beantwoorden, maar ze worden zelden gesteld. Vaak omdat het proces is ingericht op doorstroming (afkeur binnen, corrigeren, opnieuw indienen), en er geen vast moment is waarop de retourinformatie in samenhang wordt bekeken. Terwijl juist die samenhang laat zien waar het bronproces bijgestuurd moet worden.

Een voorbeeld: bij één verzekeraar valt maandenlang een klein deel van een specifieke prestatiecode terug op dezelfde afwijzingscode. Regel voor regel is dat een kleine correctie. Als patroon is het een signaal dat het codeoverzicht voor die verzekeraar niet meer klopt met wat gedeclareerd wordt, of dat een contractafspraak intern anders is geïnterpreteerd dan bedoeld. In het eerste geval los je het op met een update van het codeoverzicht, in het tweede met een gesprek met de contracteigenaar.

 

Halverwege 2026: waarom nu een goed moment is

Halverwege het jaar heb je genoeg data om patronen te zien, en genoeg tijd om aanpassingen door te voeren voordat de jaarafsluiting in beeld komt. Wie in juli of augustus de retourinformatie over de eerste zes maanden analyseert, kan in de tweede helft van het jaar zowel de oorzaken aanpakken als het effect ervan meten. Wie hiermee wacht tot november of december, mist die tweede stap.

Bijkomend voordeel: de vakantiemaanden zijn traditioneel iets rustiger in het aantal declaraties, waardoor er ruimte is om structurele verbeteringen in te bouwen zonder dat de doorlopende stroom eronder lijdt. Ook cao-wijzigingen en tarief-indexaties die per 1 juli ingaan, komen tijdens zo’n analyse vanzelf in beeld.

 

Conclusie

Als je één ding meeneemt uit de retourinformatie van de eerste helft van 2026, dan is het dit: de meeste correcties zijn geen incidenten, maar patronen. Ze concentreren zich in een handvol oorzaken die aan de voorkant van het proces zitten. Wie ze halverwege het jaar analyseert en aanpakt, gaat de tweede helft in met een lichtere en betrouwbaardere declaratiestroom, en met een aanzienlijk rustiger jaarafsluiting in het vooruitzicht.

Doorlopende ondersteuning vanuit Stippt

Bij Stippt verzorgen we de zorgadministratie van organisaties in de langdurige zorg, GGZ en jeugdhulp. Retourinformatie uit VECOZO gebruiken we niet alleen om regels te corrigeren, maar ook om patronen zichtbaar te maken en terug te koppelen naar het bronproces. Zo blijft de declaratiestroom niet alleen lopen, maar wordt hij over de tijd meetbaar beter.

Annemiek van den Brink

Operationeel manager

Bekijk profielBekijk profiel

Benieuwd hoe Stippt jouw organisatie kan helpen?

Neem hier onder vrijblijvend contact met ons op.

Lees hier onze nieuwste artikelen

Infosheet23 jul 2026

Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract

Bij contractvormen flexwerk zijn er in 2026 het nulurencontract en het min-maxcontract; per 1 januari 2028 vervangt het bandbreedtecontract het min-maxcontract, met een maximum van 30% verschil tussen minimum- en maximumuren. Wie zijn lopende contracten nu al toetst aan zowel de feitelijke inzet als aan de aankomende 30%-eis, voorkomt dat de omzetting straks onder tijdsdruk moet gebeuren.
Lees meer
Infosheet16 jul 2026

Ontwikkelingen flexwerk in 2026: waar bewegen wetgeving en cao’s naartoe?

De ontwikkelingen rond flexwerk bewegen definitief richting meer zekerheid voor flexkrachten: het pure nulurencontract wordt per 1 januari 2028 afgeschaft en het min-maxcontract vervangen door het bandbreedtecontract. Werkgevers in de zorg doen er goed aan hun flexschil nu al tegen deze richting aan te leggen, zodat aanpassingen niet onder tijdsdruk hoeven gebeuren.
Lees meer
Infosheet09 jul 2026

Min-uren inhouden bij eindafrekening: 6 essentiële aandachtspunten

Min-uren inhouden bij de eindafrekening kan alleen bij schriftelijke afspraken, een sluitende administratie en een reële inhaalmogelijkheid. Bij zorgorganisaties gelden daarnaast cao-specifieke regels, met als rode draad dat te weinig ingeroosterde uren werkgeversrisico zijn.
Lees meer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Zo ben jij elke maand op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zorg! Schrijf je in