Infosheet16 jul 2026

Ontwikkelingen flexwerk in 2026: waar bewegen wetgeving en cao's naartoe?

De ontwikkelingen flexwerk gaan de laatste jaren snel, en 2026 vormt daarin geen uitzondering. Waar het inzetten van flexkrachten lange tijd vooral een pragmatische keuze was, sturen zowel de wetgever als de sociale partners nu aan op meer zekerheid voor flexwerkers. In dit artikel schetsen we de belangrijkste sporen die op dit moment lopen, wat ze in de praktijk betekenen, en welke rol de zorg-cao’s daarbij spelen.

Ontwikkelingen flexwerk: van losse maatregelen naar één lijn

De ontwikkelingen rond flexwerk lopen al jaren, maar zijn de laatste tijd meer op één lijn komen te staan. Waar eerder afzonderlijke maatregelen werden genomen (denk aan de Wab in 2020, de verhoogde WW-premie voor flexcontracten en aanpassingen in de ketenregeling), is de huidige richting onmiskenbaar: het verschil tussen vast en flex moet kleiner worden, en de positie van de flexwerker moet zekerder.

Concreet komt dit terug in een aantal sporen die op dit moment lopen of definitief zijn:

  • het pure nulurencontract wordt per 1 januari 2028 afgeschaft, en het min-maxcontract wordt vervangen door het bandbreedtecontract, waarin het maximum niet meer dan 30% hoger mag liggen dan het minimum
  • strengere voorwaarden voor het opvolgend gebruik van tijdelijke contracten, om “draaideurconstructies” tegen te gaan
  • via de Wet meer zekerheid flexwerkers krijgen uitzendkrachten en payrollmedewerkers minimaal dezelfde rechten en beloning als vaste medewerkers in gelijke functies
  • in de zorg-cao’s een beweging naar een sterkere positie voor oproepkrachten en een tijdige toepassing van de aanbiedingsplicht

De richting is consistent, en organisaties die nu hun flexbeleid evalueren, kiezen verstandig.

Wat de ontwikkelingen flexwerk betekenen voor de praktijk

Een voorbeeld dat we regelmatig tegenkomen: een zorginstelling werkt met een vaste poule van twaalf oproepkrachten, allemaal op een nulurencontract. Drie van hen werken al meer dan een jaar structureel rond de 20 uur per week, omdat ze vaste invaldiensten draaien op weekenden en avonddiensten. Op papier is hun contract een nulurencontract; hun feitelijke arbeidsomvang is allang structureel.

Voor deze drie medewerkers geldt op dat moment dus al de aanbiedingsplicht (een contract voor het gemiddeld gewerkte aantal uren) én het risico dat een rechter de feitelijke arbeidsomvang zwaarder weegt dan het contract op papier. Vanaf 1 januari 2028 wordt deze constructie nog kwetsbaarder, omdat het pure nulurencontract dan definitief niet meer is toegestaan voor dit type structurele inzet.

Door de volgende vragen jaarlijks te beantwoorden, ontstaat een actueel beeld van de flexschil en de risico’s die daarin zitten:

  • in hoeveel functies werken wij nu met een nulurencontract, en is een bandbreedtecontract daar een logisch alternatief?
  • bij hoeveel medewerkers naderen de opvolgende tijdelijke contracten de grens van de ketenregeling (drie contracten of drie jaar), en waar willen we bewust op tijd een keuze maken tussen verlengen, omzetten of beëindigen?
  • werken wij met uitzend- of payrollconstructies waarbij de arbeidsvoorwaarden afwijken van die van het eigen personeel, en sluit dat straks aan bij de Wet meer zekerheid flexwerkers?

Belangrijk daarbij: het gaat niet alleen om juridische risico’s, maar ook om signalen vanuit medewerkers die hun positie als kwetsbaar ervaren.

De rol van de cao binnen de ontwikkelingen flexwerk

Wetgeving is één spoor, maar in de praktijk bepaalt de cao vaak hoe het er in een sector daadwerkelijk aan toegaat. In de zorg-cao’s zijn de laatste jaren afspraken gemaakt over de positie van oproepkrachten, de aanbiedingsplicht en doorgroei naar vast werk. Deze afspraken gaan op punten verder dan de wettelijke ondergrens, en zijn voor werkgevers in de sector leidend.

Een voorbeeld: in verschillende zorg-cao’s is de aanbiedingsplicht voor oproepkrachten strakker uitgewerkt dan in de wet, bijvoorbeeld met een expliciete termijn waarbinnen het aanbod moet zijn gedaan en op welke wijze het moet worden vastgelegd. Wie dit niet actief monitort, loopt het risico dat een controle achteraf laat zien dat verschillende medewerkers eigenlijk al maanden recht hadden op een ander contract, met bijbehorende loonconsequenties.

Wie zijn flexbeleid wil herzien, doet er goed aan om naast de wettelijke ontwikkelingen ook de geldende cao naast het beleid te leggen. Niet zelden blijkt dat de cao op een aantal punten al strikter is dan de werkpraktijk.

Conclusie

De ontwikkelingen flexwerk wijzen consequent in dezelfde richting: minder ruimte voor vrijblijvende oproepconstructies, meer zekerheid over uren en inkomen, en strengere voorwaarden aan opeenvolgende tijdelijke contracten. Met de afschaffing van het pure nulurencontract en de overgang van min-maxcontract naar bandbreedtecontract per 2028 wordt een groot deel hiervan definitief.

De organisaties die hier het minst last van hebben, zijn de organisaties die hun flexschil jaarlijks bekijken: welke contractvormen zetten we in, sluit de feitelijke arbeidsomvang aan op de contractvorm, en welke cao-afspraken lopen vooruit op de wetgeving? Dat is geen groot project, maar wel een noodzakelijke terugkerende beweging.

Doorlopende ondersteuning vanuit Stippt

Bij Stippt verwerken we de salarisadministratie van zorgorganisaties die met uiteenlopende contractvormen werken. We signaleren waar de feitelijke arbeidsomvang uit de pas loopt met het contract, welke lopende contracten straks niet meer aan de nieuwe eisen voldoen, en waar de cao een strakkere lijn hanteert dan de wet. Zo blijven veranderingen in flexwerk niet beperkt tot beleid op papier, maar landen ze direct in de uitvoering.

Stan Kok

HR-medewerker

Bekijk profielBekijk profiel

Benieuwd hoe Stippt jouw organisatie kan helpen?

Neem hier onder vrijblijvend contact met ons op.

Lees hier onze nieuwste artikelen

Infosheet23 jul 2026

Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract

Bij contractvormen flexwerk zijn er in 2026 het nulurencontract en het min-maxcontract; per 1 januari 2028 vervangt het bandbreedtecontract het min-maxcontract, met een maximum van 30% verschil tussen minimum- en maximumuren. Wie zijn lopende contracten nu al toetst aan zowel de feitelijke inzet als aan de aankomende 30%-eis, voorkomt dat de omzetting straks onder tijdsdruk moet gebeuren.
Lees meer
Infosheet21 jul 2026

Zorgadministratie in 2026: waar retourinformatie de meeste correcties oplevert

De retourinformatie in de zorgadministratie van 2026 laat zien dat de meeste correcties zich concentreren in een klein aantal terugkerende oorzaken rond verzekeringsrecht, contractafspraken en indicaties. Wie halverwege het jaar de patronen analyseert in plaats van alleen losse regels corrigeert, gaat de tweede helft in met een schonere declaratiestroom.
Lees meer
Infosheet09 jul 2026

Min-uren inhouden bij eindafrekening: 6 essentiële aandachtspunten

Min-uren inhouden bij de eindafrekening kan alleen bij schriftelijke afspraken, een sluitende administratie en een reële inhaalmogelijkheid. Bij zorgorganisaties gelden daarnaast cao-specifieke regels, met als rode draad dat te weinig ingeroosterde uren werkgeversrisico zijn.
Lees meer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Zo ben jij elke maand op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zorg! Schrijf je in