Infosheet23 jul 2026

Contractvormen flexwerk in 2026: nulurencontract, min-max en het bandbreedtecontract

Bij contractvormen flexwerk komen op dit moment twee varianten regelmatig terug: het nulurencontract en het min-maxcontract. Per 1 januari 2028 verdwijnt het min-maxcontract en wordt het vervangen door het bandbreedtecontract, met een aanvullende eis over de verhouding tussen minimum- en maximumuren. In dit artikel bespreken we de huidige vormen, wat er verandert vanaf 2028, en waar in de praktijk de meeste fouten ontstaan.

Het nulurencontract

Bij een nulurencontract is geen vast aantal uren afgesproken. De werknemer werkt wanneer hij wordt opgeroepen, en wordt betaald voor de uren die hij feitelijk werkt. De werkgever moet minimaal vier dagen van tevoren oproepen; bij een latere oproep behoudt de werknemer het recht op loon, ook als de inzet niet doorgaat. Na twaalf maanden geldt de aanbiedingsplicht voor een vast aantal uren, gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen twaalf maanden. Bij ziekte geldt loondoorbetaling over het gemiddeld aantal gewerkte uren.

Een voorbeeld: een verpleegkundige op nulurenbasis wordt in de periode november tot januari regelmatig op de ochtend zelf gebeld om in te springen. Ze meldt zich beschikbaar maar wordt niet ingezet. Omdat de oproep telkens minder dan vier dagen vooraf is gedaan, heeft ze recht op loon voor de afgesproken uren, ook al heeft ze niet gewerkt. Zonder heldere vastlegging ontstaat hier in een paar maanden tijd een onverwachte loonpost.

 

Het min-maxcontract (tot 1 januari 2028)

Bij een min-maxcontract is een minimum aantal uren afgesproken (de garantie-uren) en een maximum waarvoor de werknemer beschikbaar is. Tussen die twee kan de werkgever oproepen, daarbuiten niet. Over de minuren bestaat altijd recht op loon, ook als er geen werk is. Ook hier geldt de aanbiedingsplicht na twaalf maanden op basis van het feitelijk gewerkte gemiddelde. Bij ziekte geldt loondoorbetaling over minimaal de minuren, vermeerderd met het gemiddelde van eventueel meer gewerkte uren.

Een voorbeeld: een woonzorglocatie sluit met een verzorgende een min-maxcontract af van 12 tot 24 uur per week. In de eerste maanden werkt zij gemiddeld 14 uur, maar tijdens een uitstroomperiode op de afdeling klimt het gemiddelde naar 28 uur. Na twaalf maanden ligt het gemiddelde op 22 uur. De werkgever is dan verplicht een aanbod voor 22 uur te doen, ook als de organisatie liever bij 12 uur garantie was gebleven.

 

Wat verandert er per 1 januari 2028: het bandbreedtecontract

Vanaf 1 januari 2028 vervalt het min-maxcontract en wordt het vervangen door het bandbreedtecontract. In de kern is het bandbreedtecontract vrijwel identiek aan het min-maxcontract: er is een minimum en een maximum, en tussen die twee kan worden opgeroepen. Het belangrijkste verschil zit in de verhouding: het maximale aantal uren mag niet meer dan 30% hoger liggen dan het minimum.

Concreet: een min-maxcontract van 20 tot 32 uur (60% verschil) kan straks niet meer. Een bandbreedtecontract dat aan de nieuwe eis voldoet, zou bijvoorbeeld 20 tot 26 uur zijn (30% verschil). Voor werkgevers betekent dit dat lopende min-maxcontracten met een grote spreiding tussen minimum en maximum vóór 2028 tegen het licht gehouden moeten worden. Contracten die daarbij niet passen, zullen omgezet moeten worden naar een bandbreedtecontract met een kleinere bandbreedte, of naar een vaste-urenovereenkomst.

 

De contractvormen flexwerk naast elkaar

Nulurencontract Min-maxcontract (tot 2028) Bandbreedtecontract (vanaf 2028)
Vast aantal uren Geen Minimum vastgelegd Minimum en maximum vastgelegd, met max. 30% verschil
Inkomenszekerheid Beperkt Over de minuren Over de minuren
Loondoorbetaling bij ziekte Over gemiddeld gewerkte uren Minimaal over minuren Minimaal over minuren
Geschikt voor Onvoorspelbare incidentele inzet Basisinzet met opschaling Basisinzet met beperkte opschaling

Waar in de praktijk de fout ontstaat

De meeste problemen ontstaan niet door de keuze van de contractvorm op zich, maar door de afwijking tussen contract en feitelijke inzet. Een nulurencontract waarbij iemand maandenlang structureel 24 uur per week werkt, voldoet niet meer aan de aard van het contract. Bij een min-maxcontract waarbij de medewerker structureel ruim boven het maximum wordt ingezet, ontstaat in de praktijk een ander contract dan op papier. Zeker met het oog op 2028 is het verstandig om nu al te inventariseren welke lopende min-maxcontracten straks niet aan de 30%-eis voldoen.

Conclusie

De contractvormen flexwerk zijn in 2026 nog het nulurencontract en het min-maxcontract, maar de verhouding tussen minimum- en maximumuren wordt vanaf 2028 wettelijk begrensd. Wie nu al zijn min-maxcontracten periodiek toetst aan de feitelijke inzet en aan de aankomende 30%-eis, voorkomt dat de omzetting straks onder tijdsdruk moet gebeuren. De valkuil blijft dezelfde: contract en praktijk moeten hetzelfde document blijven.

Doorlopende ondersteuning vanuit Stippt

Bij Stippt verzorgen we de salarisadministratie van organisaties die met deze contractvormen werken. We signaleren waar de feitelijke inzet uit de pas loopt met het contract, wanneer een aanbiedingsplicht in beeld komt, en welke lopende min-maxcontracten straks niet meer aan de 30%-eis voldoen. Zo blijft het contract op papier en het contract in de praktijk hetzelfde document, ook richting de overgang in 2028.

Stan Kok

HR-medewerker

Bekijk profielBekijk profiel

Benieuwd hoe Stippt jouw organisatie kan helpen?

Neem hier onder vrijblijvend contact met ons op.

Lees hier onze nieuwste artikelen

Infosheet21 jul 2026

Zorgadministratie in 2026: waar retourinformatie de meeste correcties oplevert

De retourinformatie in de zorgadministratie van 2026 laat zien dat de meeste correcties zich concentreren in een klein aantal terugkerende oorzaken rond verzekeringsrecht, contractafspraken en indicaties. Wie halverwege het jaar de patronen analyseert in plaats van alleen losse regels corrigeert, gaat de tweede helft in met een schonere declaratiestroom.
Lees meer
Infosheet16 jul 2026

Ontwikkelingen flexwerk in 2026: waar bewegen wetgeving en cao’s naartoe?

De ontwikkelingen rond flexwerk bewegen definitief richting meer zekerheid voor flexkrachten: het pure nulurencontract wordt per 1 januari 2028 afgeschaft en het min-maxcontract vervangen door het bandbreedtecontract. Werkgevers in de zorg doen er goed aan hun flexschil nu al tegen deze richting aan te leggen, zodat aanpassingen niet onder tijdsdruk hoeven gebeuren.
Lees meer
Infosheet09 jul 2026

Min-uren inhouden bij eindafrekening: 6 essentiële aandachtspunten

Min-uren inhouden bij de eindafrekening kan alleen bij schriftelijke afspraken, een sluitende administratie en een reële inhaalmogelijkheid. Bij zorgorganisaties gelden daarnaast cao-specifieke regels, met als rode draad dat te weinig ingeroosterde uren werkgeversrisico zijn.
Lees meer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Zo ben jij elke maand op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de zorg! Schrijf je in